Overdenking kerstmorgen 2020

Gemeente van Jezus Christus,

 

Op de kerstmorgen lezen we traditioneel het openingshoofdstuk van de evangelist Johannes. Voor hem geen voerbak, geen Bethlehem en geen ster. Geen Jozef en Maria op reis en een kind geboren in een stal. Johannes zet een andere toon. Een toon waarin de hele bijbel meeklinkt, waarin vertrouwde woorden met een nieuwe glans worden omgeven. In zijn openingswoorden lichten allerlei plekken in de bijbel op.

 

In het begin was het woord! Ervaren bijbellezers en hoorders, weten meteen waar Johannes op doelt. Want zo klinken de eerste woorden van de Thora. In het begin. Hier wordt de wereld tot leven geroepen. Hier gebeurt iets belangrijks.  In Johannes woorden resoneert Genesis 1, waar de geschiedenis van God en mensen als een klinkende ouverture wordt geopend. In het begin schiep God de hemel en de aarde. Hier begint Hij zijn geschiedenis met mensen. De aarde die nog woest en leeg was, chaotisch en verwarrend, wordt door de Eeuwige tot zijn thuis verklaard. Paal en perk zal hij stellen aan de woeste leegheid die ons bedreigt. De duisternis wordt verdreven en de overspoelende vloed wordt achter de dijk verstopt. Het eerste dat daartoe geschapen wordt is het licht. Er zij licht! En het was er. Licht zodat er onderscheid kan worden gemaakt in die verwarrende chaos, zodat de aarde een thuis kan worden voor allen die haar bewonen.

 

God maakt de aarde tot zijn woonplaats. Waar we hem meestal naar de hemel verbannen, de plaats waar hij in onze ogen thuishoort, maar hij amper macht heeft, kiest Hij ervoor de aarde tot zijn thuis te maken. Hier wil hij blijkbaar vertoeven, op aarde, onder ons. De God van de bijbel staat niet vanop een afstandje te kijken hoe het er in het aardse getob aan toegaat, maar wil van meet af aan in ons midden zijn, onder ons wonen. De bijbel schetst ons een God van nabijheid, die het huis van de aarde tot zijn en ons thuis wil maken.

 

Tegelijkertijd ontkomen we er niet aan dat de bijbel vol is van verhalen waarin die aanwezigheid van God wordt ontkend en verloochent. Blijkbaar hebben we moeite met een god die ons zo dicht op de huid zit. We hechten aan onze zelfstandigheid en onze vrijheid. Telkens weer proberen mensen daarom dat huis tot hun eigen bezit te verklaren en vergeten we dat de aarde ons slechts in bruikleen is gegeven.

 

Als ik soms om me heen kijk en zie hoe de aarde wordt uitgebuit, dan lijkt het of we God al lang van de aarde hebben verbannen. We hebben geen behoefte aan zijn blik en verschuilen ons als hij ons roept. Als ik zie hoe rijkdom slechts voor een klein groepje is weggelegd en wij hier in het westen een veel groter deel van de opbrengst van de aarde gebruiken dan in de rest van de wereld, moet ik met schaamrood op de kaken toegeven dat we ons de aarde al heel lang geleden hebben toegeëigend. Hebben we dan toch het licht in onze macht gekregen? Of al lang geleden verdreven? En was dat aan het begin van onze jaartelling al niet net zo?

 

Johannes opent het evangelie, zijn kerstverhaal, met dit bekende beeld. God maakt de aarde tot zijn thuis, brengt licht in de nacht en roept uit chaos en nacht een bewoonbare wereld tevoorschijn.

 

Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. Onmiddellijk zijn we op vertrouwd terrein gekomen. Dat licht dat in het begin al tevoorschijn werd geroepen, ontmoeten we nu in een mens, een woord, een mens die zijn woorden doet en doet wat hij zegt.

 

Gods huis in de wereld, Gods tabernakel, die eens met het volk meereisde, krijgt gestalte in de man van Nazareth. Het woord is een mens geworden, is aanwezig in onze wereld. Johannes maakt er geen geheim van dat deze mens niet zomaar wordt ontvangen in deze wereld. Blijkbaar is er geen plaats voor hem, is zijn aanwezigheid te moeilijk of te pijnlijk voor ons.

 

Zit hij ons te dicht op de huid? Hebben wij liever een God op afstand? Of kunnen we het niet verdragen dat deze mens een plek heeft op de aarde. Johannes weet, net als wij, hoe het afloopt met Gods licht onder ons. Is het te confronterend om te zien hoe de mens is bedoeld in de gestalte van deze Jezus? Of is het misschien nog meer confronterend om in die gestalte te zien wie God is?

 

Dit jaar vieren we het kerstfeest in kleine kring. Het jaar 2020 werd getekend door een pandemie die heel de wereld op zijn kop heeft gezet. Opnieuw of misschien voor het eerst werd ons duidelijk dat het leven niet maakbaar is en we kwetsbaarder blijken dan gedacht. Toch is hiermee in gelovig perspectief nooit het laatste woord gezegd. Want als het kerstfeest ons iets duidelijk maakt is het de verbondenheid van God met ons mensenkinderen. Hij heeft zich van meet af aan verbonden met mensen, zelfs zodanig dat hij als mens onder ons heeft geleefd. Dat licht kan nooit gedoofd worden. Aan dat licht mogen we ons toevertrouwen, wetende dat we met heel ons leven tot dat licht zijn geroepen. We vieren het kerstfeest met open ogen in de wereld, vol verlangen naar waar het licht zich laat vinden onder ons. Op onze manier zullen we proberen dat licht uit te delen. Hoe? Door in alle eenvoud te volgen in de voetstappen van die ene. Door nabij te zijn als het leven zwaar is om te dragen, door te weigeren de nacht te veel eer te geven, door te blijven zeggen dat deze aarde Gods thuis is. Waar God thuis is, mogen wij thuiskomen. Waar hij zijn licht ontsteekt mogen we ons warmen. Waar hij ons aanraakt met zijn liefde, kunnen we die liefde doorgeven.

 

Lieve gemeente,

Het kerstfeest van 2020 zal voor velen van ons kaler en stiller zijn dan anders. Er zijn lege plekken in ons midden, er is verdriet om wie we missen, pijn om wat verloren ging. We voelen ons beperkt in onze bewegingsvrijheid. Die pijn mag er vandaag gewoon zijn, naast het stille vertrouwen dat God ons niet verlaat, maar misschien juist in die pijn naast ons staat en ons verdriet deelt. We vieren het feest in het vertrouwen dat we thuis mogen zijn in het licht, het licht dat schijnt in de duisternis. De duisternis heeft het niet in zijn macht gekregen. Het herinnert me aan dat kleine gedicht van Hans Andreus:

 

Gelukkig dat

het licht bestaat

 

en dat het met

me doet en praat

 

en dat ik weet

dat ik er vandaan

 

kom, van het licht

of hoe dat heet.[1]

 

Ik wens u goede dagen toe, dagen waarin de stilte uitnodigt tot rust en bezinning, dagen waarin licht kan worden gedeeld, dagen waarin we ons opnieuw toe durven te vertrouwen aan het licht van de Eeuwige. Een licht dat nooit zal doven.

Amen.

[1] Hans Andreus, Of hoe dat heet, Holte van licht, Haarlem 1975


Kinderkerst 2020 – Opgeven kan tot en met zondag 13 december.

Helaas kunnen we vanwege de coronamaatregelen dit jaar geen Kinderkerst organiseren.

Maar kerst is natuurlijk een groot feest in de kerk en dat willen we niet ongemerkt voorbij laten gaan.

Daarom zullen we voor alle gezinnen in de kerk met kinderen in de leeftijd van 0 t/m 12 jaar een leuke kerstbox regelen. We verklappen nog niet alles maar denk aan een leuke kerstactiviteit die je als gezin coronaproof kunt doen.

Omdat we elk jaar ook veel opa’s en oma’s met hun kleinkinderen bij kinderkerst zien, maken we extra boxen. Vindt u het leuk om ook een kerstbox te ontvangen, stuur dan een email naar marijke_kool@yahoo.com. Graag met vermelding van uw naam, adres en met hoeveel kinderen in de leeftijd van 0 t/m 12 jaar u een kerstactiviteit wil doen (max 5 kinderen per box).  Opgeven kan tot en met zondag 13 december.

namens de kinderkerstcommissie, Marijke Kool


Kom in actie – bestel snel de Zendingserfgoedkalender.

Ook dit jaar vraagt de ZWO-commissie weer uw aandacht voor de Zendingserfgoedkalender.

De kalender van 2021 toont batiks van ds. Khristian Aris Widodo (ontwerp) en de Batik Workshop Kalipenten (uitvoering) uit Yogyakarta, Java Indonesië. Het thema luidt: Eenheid in verscheidenheid. Hier verbeeld als het samen optrekken in een sfeer van tolerantie en wederzijds respect van volgers van de grote godsdiensten in Indonesië. Eenheid in verscheidenheid is ook het nationale symbool van de Indonesische republiek.

U kunt de Zendingserfgoedkalender 2021 bestellen door een e-mail te sturen naar aberkhout1958@kpnmail.nl met vermelding van uw naam, adres en het aantal kalenders dat u wenst te ontvangen. De kalender kost, evenals in voorgaande jaren, € 10,– per stuk.

In verband met corona is contante betaling dit jaar niet mogelijk.

Wij verzoeken u het verschuldigde bedrag over te maken op de bankrekening van de ZWO-commissie

NL45 RABO 0397 7600 887.

Na ontvangst van uw betaling word(en)t de kalender(s) bij u thuisbezorgd in en rond Hendrik-Ido-Ambacht.

Namens ZWO, Bert Berkhout


Zondag 22 november – laatste zondag kerkelijk jaar

Zondag 22 november, de laatste zondag van het kerkelijk jaar. We herdachten de gemeenteleden die het afgelopen jaar zijn overleden. Dit jaar waren dat er 24. Twee kerkdiensten werden gehouden zodat van elke overledene twee familieleden aanwezig konden zijn. Het was een indrukwekkende dienst. En zoals altijd was de bloemschikking rond de kaarsen met de namen erop weer prachtig. Leny Stehouwer gaf daarover uitleg:

De symbolische schikking gaat over Thessalonicenzen 5 vers 23: De God van de vrede…..

Vrede is op z’n minst de afwezigheid van oorlog of ruzie. En dat is al heel wat.
Maar vrede is meer dan dat het een gevoel is, of een staat van zijn.
Het is een situatie waarin recht wordt gedaan aan de hele schepping en waarin de gemeenschap tussen mensen hersteld is. Vrede is de vrucht van gerechtigheid.

We kunnen er naar verlangen, of proberen op te roepen door te mediteren, te bidden of een wandeling in de natuur, maar er helemaal zelf voor zorgen dat we vrede ervaren, met onszelf, met de mensen om ons heen, met God dat kunnen we niet. Daarom noem ik Gods VREDE een cadeau.

In de schikking ziet U de duif met een takje. Een vredesduif met de belofte van de overwinning en eeuwigheid.
Het cadeau ligt daarbij: mooie witte stenen zoals geschreven in Openbaringen 2 als beloning op die overwinning.
Daaromheen witte bloemen. Wit, kleur van reinheid en eeuwigheid. Bovendien de feestkleur van de kerk. Ook wilgentakken – teken van nieuw leven;  Klimop – altijd groen, teken van hoop!
De kaarsen zijn omkleed met kleinere bloemen. De namen erop van “de mensen van voorbij” en de vredesduif maken het compleet.

 

Alles is goed zoals het is,

alles in rust en evenwicht

tussen de mensen,

tussen de dingen,

en dat wat gebeurt

 

Een zacht zingen

klinkt om ons heen,

wij zingen het mee:

 

Vrede voor allen,

voor jou en mij,

vrede en alle goeds.

 

Een gedicht van Marijke de Bruijne


Nieuw begin

‘Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.’

Romeinen 8: 38 – 39

‘Nieuw Begin’ prijkt in grote letters op de voorkant van het verhuisbericht. Patrick, de 18-jarige zoon van mijn oud-collega (geboren met een verstandelijke beperking), gaat begeleid wonen. We kregen een prachtige kaart van hem, compleet met foto’s en zijn eigen verhaal.

Patrick, die als tiener plotseling zijn vader verloor, schreef over zijn gevoelens. Over ‘de avondjes op de bank hangen met me moeder’ die hij zal missen. Over het rare gevoel straks niet meer ‘hier’ te zijn, maar in zijn eigen huisje, iets verder weg van zijn vertrouwde plekje. Over ‘de emoties en het verdriet die het zal ophalen’. Maar hij schreef ook dat hij weet waar hij het voor doet, ‘mijn eigen huisje, mijn plekje. Het blijft even slikken, maar ik heb een plekje met top begeleiding’.

Ontroerd ben ik door zoveel puurheid. Een afscheid dat naast emoties en verdriet ook een nieuw begin betekent. Hij vindt het leuk als we, familie en vrienden, hem een kaartje sturen ‘en langskomen mag altijd. Ik ben maar tien minuutjes verder weg en jullie mogen altijd voor mij blijven zorgen.’ Tot slot schreef hij nooit te vergeten wat hij heeft en hoe gelukkig hij is. ‘Ik hou zo intens veel van jullie’.

In een van de bijbelcursussen die Emöke gaf, moedigde ze ons aan, elkaar verhalen te vertellen over  gebeurtenissen en ervaringen die ons Gods kracht en aanwezigheid doen ervaren. Het versterkt ons geloof en leert ons waardevolle lessen over de essentie van het leven.

Soms kunnen verhalen niet verteld worden. Soms zijn wonden te groot voor woorden. Soms spreken littekens voor zich. Maar dit prachtige verhaal mag gedeeld worden. Dit verhaal van een Nieuw Begin. Een verhaal van ‘geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde’.

Tineke Vroegindeweij


Even voorstellen

Beste lezer,

Sinds 1 november 2020 ben ik predikant in De Open Hof in Hendrik-Ido-Ambacht. Eerder werkte ik in Leiden, in Krimpen aan den IJssel en in Berkel en Rodenrijs. Ik studeerde theologie in Brussel en Leiden.

Als predikant ben ik het meest zichtbaar in de zondagse diensten en op feestdagen. Verder kunt u me aantreffen op allerlei plekken in de kerk: bij catechese of vergaderingen, bij werkgroepen of leerhuizen, of zomaar aan de koffie in het kerkgebouw.

Rondom de kruispunten van het leven, bij geboorte, huwelijk en overlijden, kan er behoefte zijn aan verdieping en komt de kerk misschien opnieuw of voor het eerst in beeld. We willen als kerkelijk gemeenschap hartelijk gastvrij zijn voor wie een ogenblik wil schuilen, voor wie het gesprek zoekt, voor wie aan wil haken, voor wie zijn nood wil klagen of zijn vreugde wil delen. We zijn benieuwd naar uw verhaal en hopen dat u zich thuis zult voelen.

Daarnaast ben ik aanspreekbaar voor een ieder die behoefte heeft aan een gesprek over zingeving en geloof of voor wie op de kruispunten een gesprekspartner zoekt.

Antoinette van der Wel

dsavdwel@deopenhof-hia.nl


Overdenking kerstnacht 2020

Gemeente van Jezus Christus,

Wat een vreemde kerstnacht is dit. Zo totaal anders dan we gewend zijn. We zijn hier in klein gezelschap in de kerk, maar we hopen dat velen van u thuis met ons en elkaar verbonden zijn. We hopen dat iets van de bijzondere sfeer die deze nacht kenmerkt te voelen is voor een ieder van ons, ook nu wij niet hier bij elkaar in de kerk kunnen zijn.

Een pandemie raast over de aarde en treft kwetsbare mensen. Het maakt dat we afstand moeten houden, dat we het kerstfeest niet op onze gewone manier kunnen vieren. Misschien wordt u door deze omstandigheden wel juist herinnert aan een andere bijzondere kerstviering. Dat jaar dat u ver weg van familie in het buitenland verbleef, of dat ene jaar toen er een kind geboren werd, of toen u ziek op bed lag. Misschien herinneren deze stille kerstdagen aan het jaar waarin die bijzondere geliefde ontbrak aan tafel en het gemis pijn deed.  Misschien geniet u wel van de rust en de aandacht voor de meeste nabije naasten.

Het kerstfeest heeft voor de meesten van ons met verbinding te maken, met familie en vrienden om ons heen, proberen we samen de donkere dagen verdrijven. We maken de balans op van het jaar dat achter ons ligt en blikken vooruit op het jaar dat voor ons ligt. De ontmoetingen zijn maar beperkt mogelijk en het is een stuk stiller om ons heen, misschien zelfs eenzaam. Wat betekent dat nu als we luisteren naar de bekende verhalen uit de bijbel?

Jesaja schetst ons een prachtig beeld van een nieuwe toekomst. De nacht wijkt en alle dreiging verdwijnt. Waar dreigende soldatenlaarzen stampend door de straten gaan, wordt het stil en klinkt voor het eerst in tijden weer een lied van bevrijding. Een nieuwe tijd breekt aan met de geboorte van een kind. De wereld wordt een paradijs van vrede. Elk jaar ontroert deze tekst me, omdat het zo haaks staat op de beelden van geweld die dagelijks binnendruppelen uit de krant en het journaal. Jesaja wakkert het verlangen aan naar een wereld waar mensen tot bloei komen en in vrede kunnen genieten van klein geluk.

Jozef en Maria zijn op weg. Gedwongen door een machtig heerser, die wel eens wil weten hoeveel mensen er belasting moeten betalen.  Maria is zwanger, maar dat is uiteraard geen excuus om lekker thuis te blijven. Als grote machthebbers hun zin willen krijgen, dan ga je gewoon op reis, of je dat wil of niet. Twee mensen onderweg, kwetsbaar en zonder bescherming, verlangend naar rust en geborgenheid.

Elk jaar weer zien we in de nieuwsoverzichten hoe duizenden mensen  op weg zijn. Op de vlucht, verlangend naar een beter leven, in gammele bootjes op zee, sjokkend door de straten van zomaar een grote stad. Mensen onderweg, mensen zonder dak boven hun hoofd, ongeborgen en kwetsbaar. Is er voor hen licht te vinden? Is er iemand die zijn deur voor hen openzet, hen in liefde ontvangt?

In Bethlehem was geen plaats voor Jozef en Maria, de overvolle stad had slechts een achterafkamertje voor de zwangere vrouw en haar man. Daar wordt het kind geboren. Nagenoeg onzichtbaar. In doeken gewikkeld legt zijn moeder hem in de voerbak. In de stilte wordt het kind geboren waarvan wordt verteld dat hij licht voor de wereld is.

Ieder jaar weer verbaas ik me over de onzichtbaarheid van het Christuskind. Over het kleine en weerloze van dit kind. Er is geen plaats voor hem. Geen extra pushbericht kondigt zijn geboorte aan. Geen trompetgeschal of stralende foto’s gaan de wereld over. Wat rest is stilte.

De evangelist Lucas denkt daar anders over. Hij beweert, te midden van de geschiedenis van grote mensen als Quirinius en Augustus, dat echte geschiedenis wordt geschreven in dat stille tafereel in Bethlehem. Daar in het broodhuis, wordt het kind geboren dat deze wereld voorgoed veranderd heeft. Dat mag onzichtbaar lijken, maar hier gebeurt wat werkelijk belangrijk is. Zo zet hij al de toon die Jezus in zijn leven zal uitdragen. Zijn aandacht voor kleine mensen, voor wie niet in aanzien zijn, voor wie niet belangrijk geacht worden, zal het verschil maken in de wereld. Hier in Bethlehem zien we de voorafspiegeling van deze bijzondere Messias.

Het kraambezoek bestaat uit ruige herders, die ergens in het veld een groot licht hebben gezien. Verbijsterd zijn ze door wat de engelen hen vertellen. Met knikkende knietjes horen ze het bericht van Gods boodschappers. Wees niet bang. Het kind van godswege in ons midden kan worden gevonden, in de stad van David. Ze krijgen als teken mee dat hij in doeken is gewikkeld en ligt in een voerbak.

Wees niet bang! Zoveel licht kunnen de herders niet aan. De angst slaat hen om het hart. En wat krijgen ze uiteindelijk als teken? Een armeluis kind in een voerbak.

De herders zijn op weg gegaan, hebben hun angst achter zich gelaten. Het teken dat ze kregen is voor menigerlei interpretatie vatbaar, maar blijkbaar was het voldoende om de angst af te leggen en op pad te gaan.

Wees niet bang. Hoe doe je dat, leven zonder angst? Vertrouwen dat een kind in een voerbak het verschil maakt voor ons leven. Hoe leef je zonder angst als je wereld ondersteboven wordt gekeerd? Als je je kwetsbaar voelt? Als je leeft met zorgen voor wie je lief zijn?

Misschien kunnen de herders ons hierin voorgaan. Ze gingen op weg, niet wetend of ze een illusie nareisden of werkelijk het kind van God zouden vinden. Ze gingen gewoon en hun leven is daarna nooit meer hetzelfde geworden. Daarin lijken ze op velen van hun voorvaderen, die zomaar gingen toen het van hen werd gevraagd. In een lange stoet trekken ze aan ons voorbij. Abraham, Mozes en Mirjam lopen voorop. In hun voetspoor gaan duizenden mensen op weg naar het licht. Onderweg zijn ze ten prooi aan angst en vrezen en meerdere malen willen ze het opgeven, maar ze kunnen het niet laten. Ergens brandt een vuur in hen, een licht dat niet te doven is en dat hen gaande houdt, door de eeuwen heen, op reis naar een beloofd land, waarvan Jesaja de contouren al zag. Over de tijden heen nodigen ze ons uit mee te gaan.

Leven uit vertrouwen. Gewoon op weg gaan en je laten verrassen door wat je onderweg tegenkomt. Het leven aanvaarden met alles wat goed en mooi is, maar ook met wat je kwetsbaar maakt, met wat niet maakbaar is. Gewoon op weg gaan, in het vertrouwen dat God zich laat vinden op vreemde plekken.  Daar waar je het allerminst verwachtte straalt het licht je tegemoet.

We vieren vandaag het kerstfeest anders dan andere jaren. Maar wat blijft is het rustige vertrouwen dat de Eeuwige zich laat vinden. Niet in de paleizen van machtige koningen, maar eenvoudig in een in doeken gewikkeld kind. Zo nabij wil hij ons zijn, zo één met ons. Zo’n God is volstrekt ondenkbaar in de wereld van keizer Augustus, maar werd zichtbaar voor de herders. Zo vieren we dit kerstfeest, het feest van Gods nabijheid. We vertrouwen erop dat het licht de nacht verdrijft en dat we nergens van God verlaten zijn.

In de nacht gekomen, kind dat met geduld,

eeuwenoude dromen, eindelijk vervuld,

kom in onze dagen, kom in onze nacht,

kom met uw gestage, milde overmacht.[1]

 

 

[1] Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk. Lied 505:2


Een warm welkom

Lieve mensen van de Open Hof,

Zondag 1 november was een bijzondere dag. Die dag werd ik door collega Emöke van Bolhuis verbonden aan uw gemeente.  Wat was het jammer dat er maar een kleine groep mensen aanwezig kon en mocht zijn. De sfeer was er gelukkig niet minder hartelijk om. Wat was het bijzonder, de warme woorden, de ‘bloemstukboot’, een emmer vol met bloemen en een schaal vol kaarten, de gebakjes bij de uitgang, het kaartje en het vogelhuisje in de werkkamer. Ik voel me meer dan hartelijk welkom in uw midden. De afgelopen dagen stroomde mijn mailbox vol met foto’s en groeten van gemeenteleden die er zondag niet bij konden zijn. Kortom, ondanks alle beperkingen,  een mooie, liefdevolle en onvergetelijke zondag. In de komende weken hoop ik met een aantal van u al te kunnen kennismaken.  Schroom niet me uit te nodigen voor een groep of overleg, ik moet mijn weg nog een beetje zien te vinden. Zo hoop ik langzaam maar zeker thuis te komen in De Open Hof en in Ambacht en velen van u beter te leren kennen. Samen gaan we in de komende jaren op weg en ik hoop dat het voor ons allen een inspirerende en boeiende reis mag worden.

Hartelijke groet,

Antoinette van der Wel


Bloemschikking 13 december – 3e advent

Dromend van het goede leven,

Buitelen de beelden over elkaar heen,

Van een tafel in de zon, met mensen erom heen,

Van kinderen die in vrijheid spelen, gelukkig zijn

Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil,

God, help ons die dromen levend te houden

 


Preek ds. Van der Wel 29 november 2020 – Marcus 13, 28-37

Preek n.a.v. Marcus 13, 28-37

Gemeente van Jezus Christus,

Vandaag vieren we de eerste adventszondag. Vier weken lang kijken we uit naar het kerstfeest. Een tijd van voorbereiding en inkeer, van ernst, maar zeker ook van vreugde en verlangen. Uitkijken naar het licht, juist in deze dagen die soms zo donker en somber zijn. Dagen waarin we nadenken over onze opdracht in de wereld. Als daad van verzet ontsteken we een licht, vertellen we elkaar dat het laatste woord is aan het licht en het leven, niet aan de nacht en de dood. Is dat naïef? Steken we de kop in het zand? Sluiten we onze ogen voor de wereld om ons heen? Of is er toch iets heel anders aan de hand.

De lezingen van vanmorgen zijn ernstig en nodigen niet onmiddellijk uit tot grote feestvreugde. Jesaja roept het uit: scheurde u de hemel maar open om af te dalen! Kwam u maar zelf in ons midden! Jesaja spreekt tot een volk dat in ballingschap is, dat verdreven is uit hun vertrouwde omgeving. Hun geliefde Jeruzalem ligt in puin. Wat zou het fijn zijn als God zelf daar eens orde op zaken zou stellen! Een roep die door de eeuwen heen heeft geklonken. Een diep verlangen naar een God die ingrijpt in de werkelijkheid, die de wereld eens goed door elkaar schudt. Ik denk dat menigeen een dergelijk verlangen herkent, als het leven pijn doet, als je wereld instort en de nacht valt. Scheur dan die hemel open! Zoek ons op, hier in de nacht. Maar al te vaak riepen we tegen een gesloten hemel. De roep confronteert ons tegelijkertijd met ons eigen falen. Zijn we eigenlijk wel klaar voor die ontmoeting?

Ook de lezers van het Marcusevangelie kennen dat verlangen. Ze verwachtten dat Jezus snel terug zou komen. Ze leefden onder een vreemde machthebber, waren kwetsbaar voor de nukken van de keizer. Als volgelingen van Jezus waren hun families verscheurd. Sommigen vonden hun heil bij deze vreemde Messias, anderen keerden zich van hem af. Hebben we er goed aan gedaan hem te volgen of zijn we achter een droom aan gelopen die geen toekomst heeft. Dat koninkrijk van de hemelen, is dat eigenlijk wel echt te vinden?

Jezus kan het niet voldoende zeggen. Wees waakzaam. Houd je ogen open. Let op de vijgenboom! In de bijbel is deze boom altijd een teken van toekomst. Eens zal elke mens in veiligheid kunnen zitten onder zijn eigen vijgenboom of wijnrank. Eens zal de wereld een veilig thuis zijn voor alle mensen.

Wees waakzaam. Als een deurwachter die op de uitkijk staat. Alert, speurend of de heer des huizes al op weg naar huis is. Zodat hij, wanneer de heer verschijnt, de kaarsen aan kan steken, de deuren open gooien, de feestdrank kan uitschenken.

Wees waakzaam. Maar hoe doe je dat vandaag? En waar wachten wij eigenlijk op? Op de hemel die open scheurt? Op een wereld die vergaat? Op een moment dat plotseling de hele kosmos op zijn kop wordt gezet? Hoewel we niet meer leven onder de gespannen verwachting van de vroege kerk, herkennen wij het verlangen naar een geheelde wereld. Als ik de overvolle vluchtelingenkampen zie, of nadenk over de verdeling van het vaccin, of berichten hoor van oorlog in Ethiopië, dan kan ik niet ontkennen dat een verlangen naar een oplossing soms zomaar opeens de kop opsteekt. Als ik zie dat mensen het moeilijk hebben, geconfronteerd worden met ziekte en verdriet, als de dood hard inbreekt in ons leven, dan kan ik soms zo verlangen naar een ommekeer.

Tegelijkertijd heeft dat verlangen naar een rigoureuze ommekeer ook een keerzijde. Want waar zijn wij in dit plaatje? Wat hebben we gedaan voor al die kwetsbare mensen die op onze weg komen? Deze ernstige verhalen houden ons immers ook een spiegel voor. We kunnen wel verlangen dat God orde op zaken stelt, maar wat zegt dat dan over mij? Waar ligt mijn verantwoordelijkheid in dit alles? Of heb ik me al lang geleden in slaap laten sussen. Ik kan de wereld immers niet redden en besluit dan maar het op zijn beloop te laten of in ieder geval goed voor mezelf te zorgen. Want maakt het uit wat ik doe?

Wees waakzaam. Ik las deze week ergens over iemand die zich altijd zorgen had gemaakt voor het moment dat de jongste dag zou aanbreken. Maar wordt de wereld beter van angstige waakzaamheid?  Verwacht de heer des huizes dat zijn wachter met dikke wallen onder zijn ogen en bleke wangen bij de deur staat? Piekerend over het eigen zielenheil? Of kan het ook anders?

Wees waakzaam. Het heeft iets van stille voorpret voor het feest. We hangen vast de slingers op. We poetsen de glazen tot ze ons tegemoet glimmen. De boodschappen zijn gedaan. Naast de kaarsen liggen de lucifers klaar. De taart staat af te koelen naast de oven. Er hangt al een kerstkrans aan de deur. We ontsteken het eerste lichtje van verlangen. We nodigen de gasten vast uit. Kom maar binnen, warm je bij het vuur. Je bent welkom. Je kunt hier schuilen, we laten je niet alleen. We zijn bezig met de voorbereiding van het feest en de voorpret glanst ons tegemoet.

Wees waakzaam.

Dietrich Bonhoeffer, Duits predikant, vermoord in de oorlog, zegt bij de jaarwisseling begin 1943 het volgende:

Er zijn mensen die het lichtzinnig en christenen die het onvroom vinden, te hopen op een betere aardse toekomst en zich daarop voor te bereiden. Zij geloven dat chaos, wanorde en catastrofes typerend zijn voor deze tijd en onttrekken zich door passieve berusting of vrome wereldvlucht aan de verantwoordelijkheid, voor de komende generaties een toekomt te bouwen. Misschien breekt morgen de jongste dag aan; dan zullen we graag het werk voor een betere toekomst neerleggen, maar eerder niet. [1]

De wereld stond in brand. En tegelijkertijd waren er mensen die opstonden, die recht en gerechtigheid hoog hielden, die met gevaar voor eigen leven instonden voor een ander. Die volhardend het goede bleven zoeken. Een mens werd verborgen op een zolder, een ander kreeg eten toegestopt. Verzet bleek de enige mogelijkheid om gestalte te geven aan geloof.

Wij vieren dit jaar het kerstfeest in een vreemde wereld. In het afgelopen jaar hebben we aan den lijve ondervonden dat het leven niet maakbaar is. We blijken kwetsbaar en het lijkt of een onzichtbaar virus ons gewone leven ontwricht. En waar is God in dit alles? Is het ons verdiende loon voor de wijze waarop wij omgaan met de aarde?

Misschien moeten we die vraag niet willen beantwoorden. De oproep die klinkt is immers een andere. We worden uitgenodigd de wacht te houden. Te verlangen naar de morgen. Daartoe mogen we een licht ontsteken.

Dat is advent. Vol verwachting uitzien naar het licht dat in de wereld komt. Ondertussen bouwen aan een toekomst voor alle mensen. Een toekomst vol licht en leven, vol waarheid en gerechtigheid. Een zware opdracht? Dat valt wel mee. Het lijkt op het voorbereiden van een feest. Een feest waar allen welkom zijn, waar ieder zit onder zijn vijgenboom, een boom die rijkelijk vrucht draagt. Wij mogen in alle bescheidenheid vast de slingers ophangen en onze naaste welkom heten. Kom binnen, wees welkom, er wordt naar je uit gezien. We steken al vast een lichtje aan, omdat we weten dat één kaars de nacht al weet te verdrijven. Zo leven we het licht tegemoet, het licht dat in de wereld is gekomen, het licht van de Eeuwige, die zijn mensen toekomst geeft en ons nooit verlaat.

Amen.

[1] D. Bonhoeffer, Verzet en overgave, Baarn 1989, pg. 20