Op mijn dagelijkse wandeling vind ik het een ‘sport’ om in te schatten, van een afstand, of degene die mij tegemoetkomt een man of een vrouw is. Vaak lukt dit goed, dankzij de manier van bewegen en de lichaamshouding.
Als hij of zij dichterbij gekomen is, ben ik benieuwd of we elkaar zullen groeten. De ander kan een licht afwijzende houding of blik hebben. Er volgt dan geen oogcontact, geen groet. Maar als er wel oogcontact komt, volgt er bijna altijd een wederzijdse groet. En dan ’springt mijn hart hoog op in mij’ (psalm 122), beetje overdreven natuurlijk.
Maar prettig is het zeker als mensen elkaar groeten en elkaar dus ‘zien’. Binnen en buiten de kerk.
Overigens, dat mensen niet groeten kan ook betekenen dat iemand loopt te piekeren of verstrooid is. En daar hebben we dan begrip voor.
Bert Alblas
